Nadia Mohammad Hamadeh is een Libanese Franstalige dichteres met een groot aantal dichtbundels op haar naam.
Nadia Mohammad Ali Hamadeh werd geboren in Beiroet in 1935 en stamt uit een vooraanstaande Druzische familie uit Baakline in het Libanongebergte. Haar vader, Mohammad Ali Hamadeh, was een Libanese Druzische schrijver en diplomaat. Haar moeder was Algerijns-Frans. Nadia groeide op in een tweetalig huishouden. Ze heeft twee broers: de politicus Marwan Hamadeh en de journalist Ali Hamadeh.
Ze genoot haar opleiding aan Franse scholen in Libanon en Griekenland en bezocht de school van de Zusters van Besançon (Ecole des Soeurs de Besançon) en vervolgens de Franse Wereldlijke Missie (La Mission Laïque Française). Haar secundair onderwijs volgde ze aan het Franse Lyceum (Lycée Français) in Athene, waar haar vader als ambassadeur van Libanon werkte. Daarna behaalde ze haar graad in de rechten aan de Université Saint-Joseph in Libanon.
Ze publiceerde haar eerste dichtbundel getiteld (Les Textes Blonds) in 1963, werkte in 1967 als literair redacteur bij de Libanese krant L'Orient-Le Jour die in het Frans verschijnt, en droeg bij aan vele Arabische en Franse publicaties.
Gedurende haar leven ontving ze vele prijzen, zoals de prijs van de Académie française, de Orde van de Pléiade (uitgereikt door de Internationale Organisatie van de Francofonie) en de prijs van de Libanese dichter Said Akl.
Nadia trouwde in 1954 met Ghassan Tuéni, hoofdredacteur van de Libanese krant An-Nahar en nestor van de Libanese journalistiek. Ze kregen drie kinderen, maar zij overleden allen vóór hun vader, die langer leefde dan Nadia. Haar zoon Gebran Tuéni, journalist en politicus, werd in 2005 vermoord. Haar andere zoon, Makram Tuéni, kwam in 1987 op 21-jarige leeftijd om het leven bij een auto-ongeluk in Parijs. Nadia kreeg haar derde kind, Nayla, in 1955, maar zij overleed op zevenjarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.
Nadia beschreef haar vaderland Libanon in 'Gedichten van liefde en oorlog' (Poems of Love and War) als volgt: “Ik behoor tot een land dat elke dag zelfmoord pleegt terwijl het wordt vermoord. In feite behoor ik tot een land dat al vele malen is gestorven. Waarom zou ik zelf ook niet moeten sterven aan deze lelijke, trage en brute Libanese dood?”
Ze overleed in 1983 in het dorp Beit Mery, na een strijd van achttien jaar tegen kanker.






