De zevende deugd in de Tawhid-leer is de overgave aan het bevel van God de Verhevene
We spraken over de deugd van tevredenheid, die stelt dat een gelovige moet geloven in goddelijke rechtvaardigheid en goddelijke wijsheid, om zo het lot van God met nederigheid en berusting te aanvaarden. De zevende deugd is een aanvulling op de vorige; zij betekent dat het geloof in de waarheid, rechtvaardigheid en goddelijke wijsheid moet uitgroeien tot de fase van toepassing en weerspiegeld moet worden in de gedachten en daden van de gelovige in het dagelijks leven. Volgens deze deugd wordt van de gelovige verwacht dat hij zijn leven, zijn ziel, zijn lichaam, zijn bezit en al zijn middelen wijdt aan het verwezenlijken van de wil van God de Almachtige, in voor- en tegenspoed. De Emir Sayyid (moge zijn ziel geheiligd zijn) heeft in zijn uitleg verduidelijkt dat, terwijl de deugd van tevredenheid uitdrukking geeft aan het gevoel dat de gelovige heeft ten aanzien van het lot van God de Verhevene, de deugd van overgave de daad en het handelen is: oftewel de feitelijke toepassing van het gevoel van tevredenheid in het dagelijks leven. Dit onderscheid tussen de twee deugden wordt weerspiegeld in het volgende gezegde: "Tevredenheid is als de boom, en overgave is de vrucht ervan; zonder de boom zal er geen vrucht zijn". Om dit principe toe te passen en deze deugd te bezitten, wordt van de gelovige verlangd dat hij elke stap in zijn leven onderzoekt, waarbij hij erop toeziet dat hij handelt volgens de goddelijke geboden en verboden. De gelovige moet goed nadenken voordat hij tot actie overgaat, om er zeker van te zijn dat wat hij doet strookt en in overeenstemming is met de wil van God de Almachtige. Bovendien moet de gelovige de leden van zijn gezin en degenen in zijn nabije omgeving opvoeden om te handelen volgens het lot van God de Almachtige en Zijn wil, en het is hem verboden werkeloos toe te kijken wanneer hij ziet dat zij fouten maken en op het verkeerde pad raken.
Geciteerd uit de Tawhid-erfenis






