In 1938 zong prinses Asmahan al-Atrash een Syrische mawal nadat ze de Jebel al-Druze had verlaten voor Egypte en was gescheiden van haar echtgenoot, prins Hassan al-Atrash.
De tekst van de mawal luidt: “Kamelen beladen en bellen die luiden, en dagen uit het verleden die in mijn gedachten opkomen. Ik droeg mijn koopwaar en zocht naar kopers, als een vreemdeling, en niemand kocht van mij”.






